Menu

Hoofdingang

Blijdorplaan 8
3041 JG Rotterdam
Nederland
Vandaag tot 21:00 uur geopend

Fokprogramma's

Fokprogramma's streven naar gezonde reserve populaties dieren in dierentuinen.

Samenwerking tussen dierentuinen

Geen enkele dierentuin heeft genoeg dieren van één soort om een levensvatbare populatie op te bouwen. Daarom werken dierentuinen samen. De coördinatie van fokprogramma’s gebeurt op Europees of zelfs internationaal niveau. Door de samenwerking en uitwisseling van dieren van verschillende dierentuinen kunnen we dierentuinpopulaties genetisch gezond houden.

EAZA

Binnen de fokprogramma’s werken we samen met verschillende EAZA dierentuinen. EAZA staat voor ‘European Association of Zoos & Aquarias’ en is de overkoepelende organisatie voor Europese geaccrediteerde dierentuinen. Om lid te zijn van EAZA moet je als dierentuin aan strenge eisen voldoen. Hierdoor is de kwaliteit van Europese dierentuinen gewaarborgd. De fokprogramma’s van EAZA dierentuinen noem je ook wel EEP’s. Dit staat voor ‘EAZA Ex-situ Programme’. Op dit moment zijn er meer dan vierhonderd Europese fokprogramma’s.

Beleid

De coördinator van een fokprogramma bepaalt samen met een commissie van experts welke dieren nakomelingen mogen krijgen en uitgewisseld moeten worden. Ook bepaalt men naar welke dierentuin de jongen gaan als ze groot zijn. We gebruiken hiervoor computersoftware die de genetica van de populatie analyseert. Daarnaast bepalen de experts ook het beleid voor de lange termijn. Bijvoorbeeld: voor hoeveel dieren is er plek over 10 jaar? Of wat moet er de komende jaren gebeuren om de inteelt in de populatie laag te houden?

In Blijdorp worden de volgende fokprogramma’s gecoördineerd:

  • Aziatische olifanten: EEP (fokprogramma onder Europese dierentuinen)
  • Kleine (of rode) panda’s: EEP en het wereldwijde fokprogramma (GSMP)
  • Kuifherten: EEP
  • Egyptische landschildpad: EEP
  • Rüppellsgier: EEP

Link met wilde populaties

Binnen een fokprogramma kijkt men hoe de dierentuinpopulatie de wilde populaties kan ondersteunen. Om dat te kunnen bepalen kijkt de coördinator naar het bedreigingsniveau van een diersoort en waardoor dat komt. Daarvoor gebruikt men onder andere de IUCN Rode Lijst. Dit is de meest uitgebreide informatiebron ter wereld van diersoorten en hun bedreigingsstatus.

Verder kijkt men naar de grootte en genetische waarde van de verschillende dierentuinpopulaties wereldwijd. Op basis van deze informatie wordt de functie van een fokprogramma bepaald. Een fokprogramma kan een educatieve functie hebben of betrekking hebben op het ontwikkelen van een reservepopulatie die van nut kan zijn bij herintroducties. Helaas worden steeds meer diersoorten met uitsterven bedreigd. Daarom bepaalt men de functie van het fokprogramma eens in de vijf tot tien jaar opnieuw. Op deze manier worden fokprogramma’s meer en meer een onderdeel van de soortbescherming in de landen van herkomst. Dit doen we volgens de ‘One Plan Approach’ geïnitieerd door de IUCN. Deze aanpak heeft als doel alle wereldwijde natuurbehoudsinitiatieven met elkaar te linken zodat een gezamenlijke aanpak ontstaat.

 

Meer weten over fokprogramma’s en surplus-dieren? 
Meer weten over genetisch onderzoek?

Meer natuurbehoud >