Menu

Hoofdingang

Blijdorplaan 8
3041 JG Rotterdam
Nederland
Vandaag tot 18:00 uur geopend

Genetisch onderzoek

Genetische diversiteit is belangrijk voor dier- en plantsoorten om hun aanpassingsvermogen te behouden. Daarnaast kunnen populaties die genetisch weinig divers zijn problemen krijgen met erfelijke ziekten. Vandaar dat we in Blijdorp onderzoek doen naar hoe we genetische diversiteit het beste kunnen behouden en daarmee het uitsterven van bedreigde diersoorten voorkomen.

Langdurige samenwerking Wageningen University & Research

Diergaarde Blijdorp coördineert vijf Europese fokprogramma’s ook wel European Endangered Species Programmes (EEP) genoemd. Wij coördineren het fokprogramma voor de Aziatische olifant, Egyptische landschildpad, kuifhert, kleine panda en Rüppells gier. Fokprogramma’s dienen om de dierentuinpopulaties genetisch en demografisch gezond te houden en wereldwijde initiatieven om soorten te beschermen met elkaar te koppelen. Verder kunnen dierentuinpopulaties fungeren als een reservepopulatie. In de meeste gevallen zijn de wilde populaties van deze diersoorten namelijk ernstig bedreigd. Reservepopulaties in dierentuinen kunnen op allerlei manieren de wilde populaties tot dienst zijn. Een van de manieren is herintroductie hierbij worden dieren uit dierentuinen teruggebracht naar het wild. Zo kunnen ze wilde populaties versterken. Om herintroducties mogelijk te maken is het van belang dat de reservepopulaties, genetisch gezien, nauwkeurig in kaart zijn gebracht. Hierdoor kunnen we bepalen in welke gebieden dieren uitgezet kunnen worden en welke individuen, genetisch gezien, geschikt zijn.

Op dit moment starten we genetisch onderzoek in samenwerking met Wageningen University & Research. Hierbij brengen we voor alle dieren uit de fokprogramma’s die we beheren de genetische status in kaart. Met dit soort kennis kunnen we het genetisch management van de fokprogramma’s optimaliseren en zo ook de waarde van deze populaties voor de soortbescherming. We zijn erg enthousiast over deze langlopende samenwerking met onderzoekers en studenten van de Animal Breeding and Genetics leerstoelgroep van Wageningen University & Research. Tijdens de kick-off meeting die we organiseerde brachten de betrokkenen van de universiteit onder begeleiding van de curatoren een bezoek aan onze bedreigde EEP dieren.

Kennismaking met Egyptische landschildpad

In eerste instantie focussen we ons voornamelijk op de genetische status van de Aziatische olifanten populatie in Europese dierentuinen. Over dit grootschalige onderzoek naar de genetische gezondheid van Aziatische olifanten leest u meer via deze link.


Bijdrage wetenschappelijk onderzoek evolutie bij neushoorns

Om diersoorten te kunnen behoeden voor uitsterven is het belangrijk om te weten wanneer we van een aparte soort of ondersoort spreken. Verschillende soorten (bijvoorbeeld de Witte en Zwarte neushoorn) en/of ondersoorten kunnen zodanig aangepast zijn aan de lokale omstandigheden dat het voor de overlevingskansen van zo’n soort of ondersoort dus belangrijk is om deze aanpassingen intact te houden. Deze aanpassingen aan de lokale omstandigheden kun je in stand houden door de verschillende soorten/ondersoorten niet met elkaar te kruisen. Alleen om dat kruisen te kunnen voorkomen moet je wel eerst weten hoeveel soorten en ondersoorten er nu eigenlijk zijn. Hierover voeren vele wetenschappers al jarenlang een intensief debat; Wanneer spreken we nu over een afzonderlijke soort of ondersoort?

Door de jaren heen zijn er steeds meer technieken beschikbaar gekomen om het DNA van mensen en dieren te analyseren. Dit soort technieken worden ook gebruikt om meer inzicht te krijgen in het ontstaan van soorten en ondersoorten. Recentelijk is zo’n grootschalige DNA studie naar de verschillende neushoornsoorten gepubliceerd. Diergaarde Blijdorp heeft aan deze studie meegewerkt door samples van de Indische neushoorn beschikbaar te stellen.

Uit deze studie is naar voren gekomen dat de indeling van de verschillende neushoornsoorten op basis van waar ze voorkomen (Afrika, Azië) meer in lijn is met wat er gevonden werd in het DNA dan de neushoornsoorten in te delen op basis van uiterlijk. Hiervoor werden beide theorieën toegepast, maar nu blijkt toch de indeling op basis van geografie nauwkeuriger te zijn. Daarnaast lijkt het erop dat de inteelt die we vandaag de dag zien al best wel lang aanwezig is in de populatie en niet dus pas recentelijk is ontstaan. De afname van het aantal individuen neushoorns wereldwijd in de afgelopen tientallen jaren heeft er dus nog niet voor gezorgd dat de inteelt in deze populaties ontzettend is toegenomen. Dit biedt hoop voor het behoud van de verschillende neushoornsoorten.
Lees hier de volledige publicatie.